Onderzoek

Terugverdientijd thuisbatterij zeer onzeker

11 februari 2025 14:30 RaboResearch

Je hoort en leest er steeds vaker over: thuisbatterijen. Aanbieders beloven hoge rendementen en korte terugverdientijden van tussen de drie en zeven jaar. Tegelijkertijd waarschuwen steeds meer organisaties voor deze beloften. Kunnen ze wel worden waargemaakt? In dit artikel bespreken we de belangrijkste variabelen die van invloed zijn op de terugverdientijd van thuisbatterijen. Hierbij maken we onderscheid tussen zelfconsumptiebatterijen en handelsbatterijen.

Spaarvarken

Zelfconsumptiebatterij versus handelsbatterij

De terugverdientijd van een thuisbatterij[1] hangt onder andere af van de manier waarop deze wordt gebruikt. Grofweg kan dat op twee manieren, namelijk als zelfconsumptiebatterij en als handelsbatterij. Met een zelfconsumptiebatterij verkrijgt een huishouden de stroom die het zelf nodig heeft zo goedkoop mogelijk. Dit kan door (in de ochtend en middag) eigen zonnestroom op te slaan en deze later (in de avond en nacht) zelf te verbruiken en/of door de batterij op te laden op momenten met lage dynamische stroomprijzen. In principe leveren deze batterijen niet terug aan het net, behalve op dagen met een overschot aan zonnestroom. Met een zelfconsumptiebatterij besparen de bezitters van zonnepanelen niet alleen op hun elektriciteitskosten, ze hebben ook een grotere mate van zelfvoorziening en ze hoeven minder terugleverkosten te betalen.

Mensen met een handelsbatterij hebben als doel geld te verdienen door op de juiste momenten elektriciteit af te nemen van het net en weer terug te leveren. Deze batterijen laden doorgaans bij lage dynamische elektriciteitsprijzen en ontladen bij hoge prijzen. Daarnaast is het mogelijk om ze te laten aansturen door een externe partij die de batterij gebruikt om bij te dragen aan de balans van het elektriciteitssysteem. De eigenaar van de thuisbatterij krijgt hiervoor een vergoeding.

Dit artikel bespreekt een aantal belangrijke variabelen die van invloed zijn op de terugverdientijd thuisbatterijen.

[1] Met ‘thuisbatterijen’ worden in dit artikel batterijen bedoeld die elektrische energie opslaan in de vorm van chemische energie. Vervolgens kan deze chemische energie weer worden omgezet in elektriciteit. Dit artikel gaat dus niet over batterijen die elektriciteit omzetten in warmte.

Belangrijkste variabelen die de terugverdientijd van een thuisbatterij beïnvloeden

De volgende variabelen zijn van grote invloed op de terugverdientijd van een thuisbatterij en worden verder toegelicht:

    Investeringskosten Verdienpotentieel elektriciteitsmarkten Aan- of afwezigheid van zonnepanelen Toekomst salderingsregeling Verhouding opwek en verbruik Type elektriciteitscontract Netbeheerkosten

Investeringskosten

De prijs van grootschalige batterijen (zonder omvormer en installatie) is de afgelopen jaren flink gedaald (zie figuur 1). Het is daarom niet verwonderlijk dat ook de prijzen van thuisbatterijen in het afgelopen jaar zijn gedaald. Dat is gunstig voor de terugverdientijd van de investering. Momenteel kost een thuisbatterij tussen de 5.000 en 12.000 euro inclusief btw[2] en installatie, afhankelijk van de grootte, het merk et cetera. Bloomberg New Energy Finance gaat ervan uit dat de batterijprijzen in de komende jaren verder dalen. Dit zou uiteraard een positief effect hebben op de terugverdientijd van thuisbatterijen. Maar de Europese Unie legt mogelijk importtarieven op aan Chinese batterijfabrikanten om Europa de kans te geven een eigen batterij-industrie te ontwikkelen. Vrijwel alle batterijen worden momenteel in China geproduceerd. Als een dergelijke maatregel wordt ingevoerd, kan de prijs van (thuis)batterijen juist stijgen.

[2] Huishoudens die hun thuisbatterij gebruiken als handelsbatterij kunnen in principe de betaalde btw terugvragen. Ze moeten dan echter wel elk kwartaal btw-aangifte doen.

Figuur 1: Wereldwijde historische en verwachte gemiddelde batterijprijzen

Wereldwijde historische en verwachte gemiddelde batterijprijzen
Bron: BloombergNEF (2024) Battery Demand Outlook

Verdienpotentieel elektriciteitsmarkten

Er zijn verschillende markten waarop elektriciteit wordt verhandeld en prijzen tot stand komen. Uitgebreide uitleg over deze markten kun je hier vinden. Tot op heden worden thuisbatterijen ingezet op twee van deze markten, namelijk de day-aheadmarkt en de onbalansmarkt. Het is zeer onzeker hoe het verdienpotentieel van deze twee markten (en eigenlijk alle elektriciteitsmarkten) zich de komende jaren gaat ontwikkelen. Daarnaast is het niet uitgesloten dat er extra regelgeving komt die de mogelijkheden van elektriciteitshandel door thuisbatterijen beperkt. Daarmee wordt ook de terugverdientijd van een thuisbatterij erg onzeker, met name die van handelsbatterijen.

Day-aheadmarkt

Huishoudens die beschikken over een dynamisch elektriciteitscontract hebben per uur wisselende elektriciteitsprijzen die zijn gekoppeld aan de zogenaamde day-aheadmarkt. Zij kunnen hun thuisbatterij opladen op momenten waarop de elektriciteitsprijs relatief laag is en deze stroom vervolgens later zelf verbruiken (zelfconsumptiebatterij) of terugleveren aan het elektriciteitsnet wanneer de prijzen hoger zijn (handelsbatterij). Hoe groter het verschil tussen goedkope en dure uren, hoe groter het verdienpotentieel. Figuur 2 toont een voorbeeld van de ontwikkeling van de day-aheadprijzen gedurende een dag. Vaak – maar niet altijd – zijn de prijzen relatief hoog tussen 6 en 9 uur ’s ochtends en tussen 17 en 21 uur ‘s avonds. Op zonnige dagen zijn de prijzen rond het middaguur juist (zeer) laag.

Figuur 2: Kale day-aheadprijzen op 20 september 2024

Kale day-aheadprijzen op 20 september 2024
Bron: Entso-e Transparancy Platform

Het prijsverschil tussen het goedkoopste en duurste uur op een dag, ook wel de spread genoemd, was tot en met 2020 relatief klein. Daarna begon de energiecrisis en kregen we te maken met momenten met extreem hoge elektriciteitsprijzen, wat resulteerde in een zeer hoge spread in 2022. Het verdienpotentieel van batterijen op deze markt was dat jaar dus erg hoog. Maar het jaar daarna halveerde de spread weer. Ook in 2024 zagen we een spread die nog steeds hoger is dan voor de energiecrisis, maar die gezakt is ten opzichte van piekjaar 2022 (zie tabel 1).

Tabel 1: Gemiddelde spread (verschil tussen hoogste en laagste uurprijs op day-aheadmarkt per dag)

Gemiddelde spread (verschil tussen hoogste en laagste uurprijs op day-aheadmarkt per dag)
Bron: Entso-e, RaboResearch 2025

Hoge gasprijzen en een groeiend aantal zonnepanelen en windturbines zorgen voor een hoge spread. Een toename van de hoeveelheid ‘flex’ in het elektriciteitssysteem (batterijen, vraagsturing, afschakeling van zonnepanelen en windturbines en interconnectiecapaciteit met het buitenland) zorgt juist voor een lage spread. Het is op dit moment onzeker welke ontwikkeling de komende jaren de bovenhand krijgt. Daarmee is dus ook het toekomstige verdienpotentieel van de day-aheadmarkt onzeker.

Onbalansmarkt

Op elk moment van de dag moet de totale vraag naar elektriciteit gelijk zijn aan het totale aanbod. Om dit voor elkaar te krijgen, zijn verschillende (ingewikkelde) processen ingericht. Eén daarvan is een proces waarbij netbeheerder TenneT signalen doorgeeft aan de markt die iets zeggen over het tekort of overschot aan elektriciteit een aantal minuten eerder. Sinds 2024 laten sommige batterij-eigenaren hun batterijen aansturen door een externe partij. Deze partij – meestal een energieleverancier, maar het kan ook een derde partij zijn – kan op basis van de signalen van TenneT besluiten de thuisbatterijen te laden of ontladen. Als dat helpt om een tekort of overschot aan elektriciteit weg te werken, ontvangt deze partij geld. Dit heet ook wel ‘onbalanshandel’. De batterij-eigenaar krijgt een vergoeding voor het beschikbaar stellen van de batterij.

Het afgelopen jaar was de onbalanshandel lucratief. Het is echter de vraag of dit zo blijft. Ten eerste neemt het risico van reageren op TenneT’s signalen toe. Dit zit zo: partijen krijgen pas geld als achteraf blijkt dat ze een tekort of overschot aan elektriciteit hebben omgezet in een evenwicht. Onder andere door de toename van het aantal batterijen in Nederland, komt het echter steeds vaker voor dat er zo veel wordt gereageerd op de signalen van TenneT, dat een tekort aan elektriciteit binnen een kwartier overslaat in een overschot of andersom. Dan is het systeem nog steeds in onbalans. In dat geval ontvangt een partij geen geld voor de inzet van de thuisbatterij, maar moet deze mogelijk zelfs geld betalen. Overigens zal de eigenaar van de thuisbatterij geen geld hoeven te betalen als achteraf blijkt dat de inzet van de batterij op de onbalansmarkt geld heeft gekost. Maar het resulteert waarschijnlijk wel in een lagere vergoeding vanuit de partij die de thuisbatterij aanstuurt.

Ten tweede heeft netbeheerder TenneT eind 2024 maatregelen genomen om onbalanshandel minder makkelijk te maken, omdat het erg ongewenst is dat tekorten steeds vaker omslaan in een overschot en andersom. Dit is namelijk gevaarlijk voor de stabiliteit van het elektriciteitssysteem en het levert extra kosten op.

Ten slotte zijn de zogenaamde balanceringsmarkten – waar de onbalansmarkt onder valt – relatief klein. Daardoor leidt de komst van meer ‘flex’ in het systeem makkelijk tot verzadiging van deze markten. Als dit gebeurt, dalen de vergoedingen voor partijen die bijdragen aan systeembalans. Hoe meer batterijen (en andere vormen van ‘flex’) actief worden op deze markt, hoe minder geld er dus te verdienen valt.

Aan- of afwezigheid van zonnepanelen

Zoals blijkt uit bovenstaande is het verdienpotentieel van handel op de elektriciteitsmarkten zeer onzeker. Het is risicovoller om te investeren in een batterij die enkel voor dit doel kan worden ingezet dan in een batterij die ook kan worden ingezet voor het optimaliseren van de waarde van eigen zonnestroom.

Toekomst salderingsregeling

Eind 2024 is een wetsvoorstel aangenomen waarin staat dat de salderingsregeling per 2027 in één keer volledig wordt afgeschaft. Vanaf dat moment mogen energieleveranciers geen kosten meer in rekening brengen voor saldering (maar nog wel andere kosten). Als de overheid dit plan niet meer wijzigt en het daadwerkelijk tot uitvoering brengt, heeft dit op twee manieren effect op de terugverdientijd van thuisbatterijen, namelijk via de waarde van eigen opgewekte zonnestroom en via dubbele energiebelasting en btw op elektriciteitshandel. Afschaffing van de salderingsregeling is positief voor de terugverdientijd van zelfconsumptiebatterijen en negatief voor die van handelsbatterijen.

Waarde eigen opgewekte zonnestroom optimaliseren

Bij afschaffing van de salderingsregeling wordt het voor eigenaren van zonnepanelen interessanter om te investeren in een thuisbatterij om zo de eigen opgewekte zonnestroom beter te benutten. De terugleververgoeding voor ingevoede zonnestroom na afschaffing van de salderingsregeling is immers veel lager dan de prijs die consumenten betalen voor afgenomen stroom (zie kader). Het is dus gunstig om overtollige zonnestroom die overdag wordt opgewekt te bewaren om die ’s avonds en ’s nachts zelf te gebruiken.

Hoeveel geld krijg ik voor ingevoede zonnestroom na afschaffing van de salderingsregeling?

De overheid heeft bepaald dat consumenten na afschaffing van de salderingsregeling tot 2030 een vergoeding krijgen voor de zonnestroom die ze aan het net leveren die ten minste 50% van het kale leveringstarief bedraagt. Dat is de prijs die consumenten betalen voor de stroom die ze afnemen, minus de energiebelasting, btw en marge van de energieleverancier. Bij een vast of variabel contract met een leveringstarief van 25 cent per kWh elektriciteit is het kale leveringstarief ongeveer 7 cent per kWh en moet de terugleververgoeding dus minstens 3,5 cent per kWh zijn. Naar verwachting zullen energieleveranciers niet (ver) boven dit minimum gaan zitten. Dat komt omdat teruggeleverde zonnestroom ook voor hen weinig waard is. Er wordt immers vaak teruggeleverd op momenten dat er veel aanbod is van zonnestroom en de vraag naar stroom laag is. De prijs van elektriciteit op de day-aheadmarkt is dan dus ook laag.

Bij dynamische contracten werkt het iets anders. Dan is de kans groot dat de energieleverancier je bijna 100% van het kale leveringstarief uitbetaalt. Maar omdat bij dit type contract het kale leveringstarief min of meer gelijk is aan de prijs op de day-aheadmarkt, is de hoogte van de terugleververgoeding dus afhankelijkheid van het tijdstip van teruglevering. Lever je bijvoorbeeld met behulp van een batterij zonnestroom aan het net op een donkere, windstille avond, dan krijg je daar waarschijnlijk een relatief hoge vergoeding voor. Maar bij teruglevering op momenten met veel zon en/of wind en een lage vraag naar elektriciteit kan de day-aheadprijs negatief zijn. De terugleververgoeding is dan dus ook negatief. In deze situaties kan het interessanter zijn om de zonnepanelen af te schakelen. Gemiddeld over een maand mag de terugleververgoeding bij dynamische contracten niet negatief zijn.

In 2029 vindt een evaluatie van deze regeling plaats. Het is nu dus nog onzeker of de terugleververgoeding vanaf 2030 nog steeds minimaal 50% van de kale leveringsprijs moet zijn.

Dubbele energiebelasting en btw op elektriciteitshandel

Consumenten betalen energiebelasting en btw over de elektriciteit die ze afnemen van het net. In 2025 bedraagt die energiebelasting ruim 10 cent per kWh. Daarbovenop komt nog de btw. Over het verbruik van eigen opgewekte zonnestroom betalen ze géén energiebelasting en btw. Zolang de salderingsregeling er is, geldt dit ook voor gesaldeerde elektriciteit. Dit stopt echter zodra de salderingsregeling is afgeschaft.
Daardoor wordt het onaantrekkelijker om je batterij te laden met elektriciteit uit het net en die elektriciteit later weer te leveren aan het net. De handel op zowel de day-aheadmarkt als op de onbalansmarkt wordt dus minder winstgevend.

Stel: je hebt een thuisbatterij en een dynamisch contract en je laadt je batterij op wanneer de elektriciteitsprijs op de day-aheadmarkt 0 euro per kWh is. Als huishouden betaal je daar in 2025 ruim 10 cent energiebelasting en ruim 2 cent btw over, nog exclusief een marge per kWh die de energieleverancier hanteert. Door de salderingsregeling krijg je die 12 cent echter weer terug op het moment dat de batterij ontlaadt en de stroom wordt geleverd aan het net. Vanaf 2027 ontvang je enkel nog de prijs van de day-aheadmarkt en niet meer de energiebelasting en btw. De prijs op de day-aheadmarkt moet op het moment van ontladen dus minstens 12 cent hoger liggen dan op het moment van laden om winst te kunnen maken. De consument die ‘jouw’ elektriciteit uiteindelijk afneemt en daadwerkelijk consumeert, betaalt ook energiebelasting en btw. Zo wordt vanaf 2027 over dezelfde kWh twee keer energiebelasting en btw betaald. Men spreekt daarom ook wel van ‘dubbele energiebelasting’. Het kabinet wil hiervoor een oplossing zoeken, maar die lijkt voorlopig niet voorhanden. Als dit probleem voor afschaffing van de salderingsregeling niet is opgelost, heeft dit een negatief effect op de terugverdientijd van handelsbatterijen. Overigens is het wel de bedoeling dat de energiebelasting op elektriciteit de komende jaren daalt (en die op aardgas stijgt). Het is echter onduidelijk wat de exacte plannen van de overheid zijn op dit gebied.

Verhouding tussen hoeveelheid opgewekte zonnestroom en elektriciteitsverbruik

Voor huishoudens met zonnepanelen wordt het interessanter om een thuisbatterij aan te schaffen zodra de salderingsregeling is afgeschaft. Hoeveel interessanter hangt onder meer af van de verhouding tussen de hoeveelheid zonnestroom die een huishouden zelf opwekt en de hoeveelheid stroom die het verbruikt. Voor ‘klassieke’ huishoudens zonder warmtepomp of laadpaal is het in de zomer doorgaans niet mogelijk om teruglevering van zonnestroom aan het net helemaal te voorkomen, ook niet met een thuisbatterij. Dat komt omdat de zonnepanelen in de zomer vaak meer zonnestroom opwekken dan het huishouden verbruikt.[3] Hierdoor lukt het niet om de met eigen zonnestroom opgeladen thuisbatterij aan het eind van de dag weer leeg te maken.

Uiteraard kan deze overtollige zonnestroom wel worden geleverd aan het net, het liefst wanneer de dynamische elektriciteitsprijzen relatief hoog zijn. Dit levert na afschaffing van de salderingsregeling echter aanzienlijk minder voordeel op dan het zelf verbruiken van de zonnestroom. De verhouding tussen het geïnstalleerde vermogen aan zonnepanelen en het dagelijkse elektriciteitsverbruik is dus een belangrijke parameter voor de terugverdientijd van een thuisbatterij. Huishoudens die relatief veel zonnestroom opwekken ten opzichte van hun eigen elektriciteitsvraag doen er goed aan hun zonnepanelen op bepaalde momenten af te schakelen.

Dynamisch contract versus vast/variabel contract

Thuisbatterijen kunnen de meeste financiële waarde creëren in combinatie met een dynamisch elektriciteitscontract. Aan een dergelijk contract zitten echter ook nadelen, bijvoorbeeld dat je als klant minder goed kunt inschatten hoe hoog je energierekening wordt. Ook is het handig om ervoor te zorgen dat je zonnepanelen automatisch afschakelen als je stroom levert aan het net terwijl er negatieve dynamische prijzen zijn. Met name in de zomer komen negatieve day-aheadprijzen regelmatig voor en kan het gebeuren dat je thuisbatterij op dat moment al vol zit. Huishoudens kunnen een zelfconsumptiebatterij ook gebruiken zonder dynamisch contract, maar in dat geval is de kans groter dat ze de investering niet terugverdienen. Ze kunnen hun batterij in de winter - wanneer de zonnepanelen minder stroom opwekken dan het huishouden verbruikt - namelijk niet opladen op goedkope momenten.

Voorstel nieuw systeem netbeheerderstarieven voor kleinverbruikers

Huishoudens betalen een vast bedrag per jaar voor het gebruik van het elektriciteitsnet. Dit geld wordt geïnd door de energieleverancier en doorgegeven aan de netbeheerder. Die gebruikt dit geld om het elektriciteitsnet te onderhouden. De afgelopen jaren zijn de zogenaamde netbeheerderstarieven flink gestegen, aangezien netbeheerders veel geld moeten investeren om het elektriciteitsnet aan te passen. In 2025 betalen huishoudens ongeveer 445 euro per jaar.[4]

Dit systeem gaat mogelijk veranderen. Het huidige systeem geeft namelijk geen prijsprikkel om het elektriciteitsnet slim te gebruiken, terwijl dat wel nodig is om het elektriciteitsnet betaalbaar te houden en netcongestieproblemen te verminderen. Ook worden de kosten voor het verzwaren van het elektriciteitsnet nu over alle huishoudens gelijk verdeeld, terwijl sommige huishoudens meer verzwaringskosten veroorzaken dan andere.

In oktober 2024 heeft adviesbureau Berenschot op verzoek van Netbeheer Nederland een voorstel gedaan voor een nieuw tarievenstelsel voor kleinverbruikers (huishoudens en kleine bedrijven). In dit voorstel wordt het vaste bedrag dat klanten nu nog betalen aanzienlijk lager maar komt er een tijdsgebonden, verbruiksafhankelijk tarief bij. Oftewel: consumenten gaan per kWh afgenomen elektriciteit een bepaald bedrag betalen aan hun netbeheerder (bovenop het bedrag dat ze betalen aan hun energieleverancier). In het voorstel varieert dit bedrag tussen 0 cent per kWh in de middag in de zomer en 24 cent per kWh in de avondpiek in de winter (zie figuren 3 en 4). Voor het leveren van elektriciteit aan het net worden in dit voorstel geen kosten in rekening gebracht. Volgens Berenschot kunnen huishoudens met een thuisbatterij in dit nieuwe stelsel goedkoper uit zijn dan huishoudens zonder thuisbatterij, als ze de batterij ten minste niet op de dure (= drukke) momenten opladen. Doen ze dit wel, dan is dit stelsel juist duurder voor ze. In dat geval betalen ze meer netbeheerkosten dan een huishouden zonder thuisbatterij, omdat ze ook meer kosten veroorzaken.

[3] Tenzij het huishouden maar een paar zonnepanelen heeft.

[4] Het exacte tarief is afhankelijk van de netbeheerder.

Figuur 3: Voorstel tijdsafhankelijke nettarieven ‘winter’ (oktober t/m maart)

Voorstel tijdsafhankelijke nettarieven ‘winter’ (oktober t/m maart)
Bron: Berenschot (2024) Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik

Figuur 4: Voorstel tijdsafhankelijke nettarieven ‘zomer’ (april t/m september)

Voorstel tijdsafhankelijke nettarieven ‘zomer’ (april t/m september)
Bron: Berenschot (2024) Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik

Het is nog niet zeker of dit voorstel daadwerkelijk wordt ingevoerd en de kans dat dit voor 2030 gebeurt is klein. Maar áls dit gebeurt, is het extra interessant om zelf opgewekte zonnestroom zoveel mogelijk zelf te verbruiken. Dat voorkomt namelijk dat je stroom moet afnemen van het net, waar je in de meeste gevallen niet alleen een prijs voor betaalt aan de energieleverancier maar ook aan de netbeheerder. Invoering van dit nieuwe tarievenstelsel is dus positief voor de terugverdientijd van een thuisbatterij, mits deze goed wordt aangestuurd.

Conclusie: resultaten uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst

Aanbieders van thuisbatterijen geven geen garantie op de terugverdientijden die ze beloven. Hoe lang de terugverdientijd precies is, hangt voor een deel af van de situatie van het huishouden. Zijn er zonnepanelen aanwezig? Zo ja, wat is de verhouding tussen de hoeveelheid zelf opgewekte zonnestroom en het elektriciteitsverbruik? En heeft het huishouden een vast of dynamisch elektriciteitscontract? Daarnaast is de terugverdientijd voor een groot deel afhankelijk van aspecten waar een huishouden weinig tot geen invloed op heeft. Denk hierbij aan de investeringskosten, de toekomst van de salderingsregeling (gaat de overheid het bestaande plan uitvoeren of komt er weer een nieuw plan?), invoering van een ander nettariefstelsel en het verdienpotentieel van de elektriciteitsmarkten. Onder dit laatste valt bijvoorbeeld de vergoeding voor het inzetten van een batterij voor het handhaven van systeembalans en het verschil tussen goedkope en dure uren bij een dynamisch elektriciteitscontract. Hoe groter dat verschil, hoe meer geld een thuisbatterij kan verdienen door op de juiste momenten te laden (en ontladen).

Voor zelfconsumptiebatterijen zijn met name de plannen rondom de salderingsregeling en een alternatief nettariefstelsel belangrijk voor de terugverdientijd. Als beide plannen daadwerkelijk worden uitgevoerd, is dit gunstig. Voor handelsbatterijen is afschaffing van de salderingsregeling juist negatief, als er geen oplossing komt voor dubbele energiebelasting en btw.

Daarnaast is het verdienpotentieel van de elektriciteitsmarkten zeer relevant. De afgelopen jaren was dit groot, maar net als bij beleggen op de beurs bieden ook hier de resultaten uit het verleden geen garantie voor de toekomst. Minister Hermans van Klimaat en Groene Groei benoemt in een kamerbrief dan ook de kans dat het financiële rendement van thuisbatterijen de komende jaren afneemt doordat er steeds meer (grootschalige) batterijen en andere flexibiliteitsopties worden ingezet op de elektriciteitsmarkten. MilieuCentraal bestempelt de investering in een thuisbatterij zelfs als ‘zeer risicovol’ en ook de Autoriteit Consument en Markt (ACM) waarschuwt voor te optimistische beloften over terugverdientijden in reclames voor thuisbatterijen. Daarnaast waarschuwt tv-programma Radar huishoudens voor aanbieders die klanten onder druk hoge leningen laten aangaan voor de aanschaf van een thuisbatterij.

Uit berekeningen van Rabobank zelf blijkt dat heel veel mee moet zitten om de terugverdientijd van een thuisbatterij korter te laten zijn dan de garantieperiode.[5] Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer een huishouden zonnepanelen heeft, de salderingsregeling inderdaad wordt afgeschaft, er een ander nettariefstelsel wordt ingevoerd én het huishouden relatief veel elektriciteit verbruikt door de aanwezigheid van een warmtepomp en een eigen laadpaal voor een elektrische auto.

Daartegenover staan situaties waarbij de terugverdientijd (veel) langer is dan de levensduur van de batterij.[6] De kans hierop is groot voor een huishouden dat relatief weinig elektriciteit verbruikt, geen eigen zonnepanelen heeft en waarvoor het verdienpotentieel van de elektriciteitsmarkten afneemt.

Uiteraard kunnen consumenten ook niet-financiële redenen hebben om te investeren in een thuisbatterij. In het artikel ‘Een thuisbatterij, is dat iets voor mij?’ komen ook zaken als zelfvoorzienendheid en klimaat-impact aan bod.

[5] Deze berekeningen maken we niet openbaar omdat we willen voorkomen dat de cijfers een eigen leven gaan leiden en lezers er verkeerde conclusies uit trekken. Zoals het artikel beschrijft is de exacte terugverdientijd van veel factoren afhankelijk. Daardoor is het lastig om te zeggen dat voor type huishouden A een thuisbatterij nooit kan worden terugverdient en voor type huishouden B wel.

[6] De levensduur van een thuisbatterij ligt gemiddeld tussen de tien en twintig jaar. Dit is onder meer afhankelijk van het type batterij en hoe vaak de batterij wordt geladen en ontladen. De garantie betreft doorgaans maximaal tien jaar óf een aantal laad-cycli. Dat aantal wordt meestal binnen tien jaar bereikt als de batterij vaker dan één keer per dag wordt ge- en ontladen.

Disclaimer

De op/via deze publicatie door Coöperatieve Rabobank U.A. verstrekte informatie is uitsluitend aan Nederlandse afnemers gericht en is geen beleggingsadvies of enige andere beleggingsdienst in de zin van artikel 1: 1 van de Wet op het financieel toezicht. Lees verder