Update
Conjunctuurupdate april 2025: groei verwacht ondanks de aangekondigde invoerheffingen en arbeidsmarktkrapte
Elk kwartaal publiceren we nieuwe verwachtingen voor de Nederlandse economie en koopwoningmarkt. In de tussenliggende maanden kijken we naar de huidige stand van de economie aan de hand van nieuwe cijfers. Deze maand gaat het over de uitgaven van huishoudens en de overheid, en over de arbeidsmarktkrapte.

Nederland heeft te maken met grote uitdagingen, zoals geopolitieke spanningen, hoge gasprijzen, netcongestie, de stikstofcrisis, woningtekort, een inflatie die maar niet onder de 3% wil zakken en vanaf 9 april waarschijnlijk ook met forse Amerikaanse invoerheffingen. Toch zijn we positief over de verwachte economische groei voor dit en volgend jaar, vooral door hogere bestedingen van huishoudens en de overheid. De dreigende handelsoorlog met de VS is een belangrijke onzekerheidsfactor voor onze prognoses. Nu het er sterk op lijkt dat de EU, en dus ook Nederland, vanaf 9 april te maken krijgt met een algemene Amerikaans invoerheffing van 20% op alle goederen, moeten we onze meest recente groeiraming van 1,7% in 2025 en 1,2% in 2026 waarschijnlijk omlaag bijstellen. We verwachten echter geen recessie.
We hadden in maart al berekend dat bij een algemene heffing van 25% de economische groei in 2026 0,5 procentpunt lager zal zijn en de inflatie 0,4 procentpunt hoger (zie figuur 1). De afgelopen maanden hebben geleerd dat president Trump aangekondigde heffingen geheel of gedeeltelijk uitstelt op het moment dat getroffen landen bereid zijn een andersoortige overeenkomst te sluiten. Zodra zeker is dat het generieke heffingspercentage van 20% daadwerkelijk van kracht wordt, maken we een nieuwe doorrekening voor de impact ervan op onder andere de economische groei. In de daarvoor gebruikte economische handelsmodellen (zie box 1 van deze studie) houden we ook rekening met de wereldwijd opgelegde importheffingen.
Figuur 1: Hogere inflatie en lagere economische groei verwacht door hogere heffingen

Huishoudens motor economische groei
De forse cao-loonstijgingen – de hoogste in meer dan 40 jaar – hebben, los van de eventuele impact van overheidsbeleid, gemiddeld genomen het verlies aan koopkracht door hoge inflatie goedgemaakt (zie figuur 2). We verwachten dat de loongroei dit en volgend jaar boven de 4% blijft, terwijl de inflatie (HICP) voor 2025 (3,6%) en 2026 (2,9%)[1] ruim een procentpunt lager uitvalt. Hierdoor verbetert de reële koopkracht, wat de consumptie van huishoudens dit jaar (2,2%) en volgend jaar (1,7%) stimuleert en zo positief bijdraagt aan onze economische groeiverwachting.
[1] Deze prognoses zijn gebaseerd op het basisramingsscenario uit figuur 1, waarbij we uitgingen van een algemene heffing van 5% op alle Europese goederen. Nu het erop lijkt dat Europa te maken krijgt met een hoger heffingspercentage, verwachten we dat de inflatie (zowel volgens de HICP- als CPI-rekenmethode) enkele tienden hoger uitvalt. Binnenkort komen we met aangepaste ramingen.
Figuur 2: De koopkracht verbetert…

Tegelijkertijd steeg het totale spaargeld van huishoudens het afgelopen jaar met 12 miljard euro (zie figuur 4), waardoor de corona-spaarpiek uit 2020 weer in zicht komt. Door de hoge inflatie en het heropenen van economie daalde het spaartegoed in de twee daaropvolgende jaren met ruim een derde. Grote loonstijgingen hebben vervolgens het bruto beschikbare inkomen (zie figuur 3) en het spaartegoed – als onderdeel van dat inkomen – een flinke impuls gegeven. Maar doordat de spaartegoeden relatief meer toenamen dan het beschikbare inkomen, steeg de spaarquote met bijna 2 procentpunt. Dit wijst erop dat consumenten ondanks de koopkrachtverbetering terughoudend blijven met grote uitgaven. Dit blijkt ook uit het sterk negatieve consumentenvertrouwen, dat de weg omhoog maar niet lijkt te vinden.
Figuur 3: …net als het beschikbare inkomen

Figuur 4: Consumenten zijn nog steeds geneigd te sparen

De Nederlandse overheid draagt ook haar steentje bij
De overheid draagt ook bij aan de groeiverwachtingen. Eind april zal de het kabinet in de Voorjaarsnota de begrotingsaanpassingen en de financiële plannen voor het lopende jaar presenteren en zo concreet maken waaraan het geld wil uitgeven. We verwachten grote investeringen in het energienet, infrastructuur en defensie.
Berekeningen tonen aan dat tot 2040 195 miljard euro nodig is voor een robuust stroomnet. Dit is essentieel om de afhankelijkheid van andere landen voor energie-import te verminderen, de leveringszekerheid te handhaven en nieuwe aansluitingen mogelijk te maken. Het overbelaste energienet verhindert ondernemers momenteel om uit te breiden en vertraagt bouwprojecten, waardoor de woningcrisis verergert. Zonder adequate investeringen blijft de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen bestaan, wat de klimaatdoelen vertraagt. Bovendien kan het de internationale concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven verzwakken.
Wel hebben de benodigde investeringen gevolgen voor de staatsschuld. Ondanks dat de schuldquote momenteel het laagst is sinds 2007 (zie figuur 5) en relatief klein is vergeleken met andere Europese landen (zie figuur 6), bestaat het risico dat met deze investeringen – hoewel gunstig voor de economische groei op korte en middellange termijn – de schuldquote op de lange termijn flink oploopt. Dit kan leiden tot hogere leenrentes, wat de bestedingsruimte van de overheid en de leenkosten voor bedrijven en consumenten negatief beïnvloedt.
Figuur 5: Overheidsschuld op laagste niveau sinds 2007

Figuur 6: Nederland behoort tot EU-landen met laagste overheidsschuld (2023)

Krapte arbeidsmarkt grootste belemmering groei
De grootste uitdaging voor de overheid om haar plannen te realiseren, is misschien wel de krapte op de arbeidsmarkt. Deze krapte leidde ertoe dat de overheid de afgelopen jaren structureel minder geld uitgaf dan begroot. Ook het bedrijfsleven kampt met personeelstekorten; meer dan een derde van de ondernemers ziet dit als hun grootste belemmering, boven geo-economische omstandigheden. Vooral de zakelijke dienstverlening heeft hier last van. Desondanks heeft de specialistische zakelijke dienstverlening, na informatie en communicatie, de hoogste groeiverwachting voor dit en volgend jaar (zie figuur 7). [2]
[2] De prognoses voor 2025 en 2026 zijn gebaseerd op het basisramingsscenario, waarbij we rekening hielden met een algemene heffing van 5% op alle goederen. Zoals is te lezen in onze laatste sectorprognoses, is het aannemelijk dat met de aangekondigde hogere heffingen de groei lager uitvalt voor onder andere transport en industrie.
Figuur 7: Groei verwacht in bijna alle sectoren

Figuur 8: Arbeidsproductiviteit daalt tweede jaar op rij

Arbeidstekorten belemmeren ondernemers niet alleen in hun groeiambities, maar leiden ook tot hoge loonstijgingen, aangezien schaars personeel hogere lonen kan eisen. Tegelijk daalde de arbeidsproductiviteit in 2024 met 0,2%, na een daling van 1,3% in 2023 (zie figuur 8). Dit komt mede door de vergrijzing en toegenomen welvaart. Daardoor verschuift werk naar arbeidsintensieve sectoren zoals de zorg, horeca en cultuur, die minder efficiënt zijn. Ondanks de ongunstige loon- en productiviteitsontwikkelingen blijft de internationale concurrentiepositie van Nederland sterk. Hoewel de loonkosten per eenheid product weliswaar sneller stijgen dan gemiddeld in de eurozone, blijven ze in exporterende sectoren lager dan het eurozonegemiddelde, wat wijst op een sterke concurrentiepositie.